De etymologische oorsprong van het woord jamón is meer dan rechtlijnig. Hoogstwaarschijnlijk riep Homo erectus al "kchaampeeee" terwijl hij naar zijn been wees.
Griekenland
Deze benaming vond alle volgende generaties mensen zo treffend dat ze het overleefde tot in het oude Griekenland, waar Apollonius Dyscolus het vermeldt onder de naam Kempé in een van zijn verhandelingen over de Griekse grammatica. Daarna kregen de zaken pas echt vaart.
Rome
De Romeinen noemden het been niet anders dan Camba, zoals bekend is van het gevleugelde citaat van Julius Caesar "Cambae nocere", oftewel "Mijn benen doen pijn", dat hij naar verluidt uitsprak vlak na het oversteken van de rivier de Rubicon.
Frankrijk
De Fransen maakten van Camba het woord Jambe, en in de 13e eeuw duikt het woord jambon al op in zijn hedendaagse betekenis van ham. En wat de Fransen hadden, konden de Spanjaarden natuurlijk niet ontgaan.
Spanje
Vanaf de 14e eeuw wordt in Spanje het woord jamón gebruikt als aanduiding voor ham, en verdringt het het tot dan toe gebruikte woord pernil (dat tot op vandaag overleeft in het Catalaans en niets anders betekent dan ham).
België
En zie, aan het begin van de 21e eeuw bereikt het woord jamón ook onze contreien (waarschijnlijk dankzij enkele verdwaalde Spaanse stammen die door onze streken trokken) en is het een warme kandidaat om ooit te worden opgenomen in het Groene Boekje.